Prehistorie: de tijd van jager-voedselverzamelaar

 
Mens en maatschappij Tijd Historische tijd

Met deze collectie werken we aan volgende eindtermen en leerplandoelstelligen:

 

EindtermenZILL leerplanOVSG leerplanGO! leerplan
De leerlingen
  • ETMM3.7: kennen de grote periodes uit de geschiedenis en ze kunnen duidelijke historische elementen in hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdband.
  • ETMM3.8: kunnen aan de hand van een voorbeeld illustreren dat een actuele toestand, die voor kinderen herkenbaar is, en die door de geschiedenis beïnvloed werd, vroeger anders was en in de loop der tijden evolueert.
  • ETMM3.9: tonen belangstelling voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders.
  • OWti3.9.0: De indeling van de Europese geschiedenis kennen en daarbij de volgende perioden onderscheiden en juist ordenen: - prehistorie / oudheid (tot ca. 500 n.C) - middeleeuwen (van ca. 500 n.C tot ca. 1500) - nieuwe tijden (van ca. 1500 tot 'onze tijd') - onze tijd (de tijd waarin het voor leerlingen nog mogelijk is om levende getuigen te ontmoeten)
  • OWti5.4.0: Onderzoeken van de voorgeschiedenis en evolutie van elementen uit de natuur en van hedendaagse gebeurtenissen, objecten en fenomenen zoals fossielen, vrije tijd, speelgoed, communicatie, samenlevingsvormen, werken, wonen, feesten … 
  • OWti5.6.0: Ervaren, onderzoeken, vaststellen en uitdrukken hoe hun levenswijze gelijkenissen en verschillen vertoont met die van mensen uit vroegere periodes en andere plaatsen en culturen - fantaseren en uitdrukken hoe het leven er in de toekomst of op een andere plek uit kan zien
  • OWti6.1.0: Ervaren en vaststellen dat er vaak slechts een onvolledig beeld kan worden geschetst van hoe het leven vroeger was - ervaren en vaststellen dat verschillende bronnen dezelfde historische gebeurtenissen anders kunnen weergeven - zich ervan bewust worden dat er een onderscheid is tussen een mening over een historisch feit en het feit zelf 
  • WO-TIJD-52d: De leerlingen kunnen illustreren dat een herkenbare actuele toestand door de geschiedenis beïnvloed werd en in de loop der tijden evolueerde over situaties i.v.m. de ruimere leef- en beleefwereld.
  • WO-TIJD-57b: De leerlingen kunnen duidelijke historische elementen situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdsband: land, ruimere leef- en beleefwereld.
  • WO-TIJD-58b: De leerlingen kunnen belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennismaken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdsband: land, ruimere leef- en beleefwereld.
  • WO-TIJD-59a: De leerlingen kennen de grote periodes uit de geschiedenis: Prehistorie/Oudheid (tot ca. 500 n.C).
  • WO-TIJD-63: De leerlingen betonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • 3.4.5.104: De vijf historische periodes chronologisch situeren met aanduiding van al dan niet afge­rond begin- en eindjaar en eventueel het scharniermoment aangeven (prehistorie van … tot ca 3800 v.Chr., oudheid tot ca 500, middeleeuwen tot ca 1500, nieuwe tijden tot 1945, onze tijd).
  • 3.4.5.105: Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden …, uit de algemene geschiedenis (met nadruk op de geschiedenis van onze contreien binnen een Europese context) ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een historische tijdband met 5 historische periodes: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden en onze tijd (zie lijst inhouden, bijlage p. 101).
  • 3.4.5.109: Een aantal geschiedkundige feiten, personages, gebeurtenissen, toestanden, ontwikkelin­gen … in de juiste periode situeren: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden, onze tijd (zie lijst inhouden, bijlage p. 101).
  • 3.4.5.110: Eenvoudige relaties leggen tussen geschiedkundige feiten, gebeurtenissen, toestanden, ontwikkelingen …
  • 3.4.5.102: Actuele toestanden die voor kinderen herkenbaar zijn, aan de hand van gepaste bronnen, in hun historische ontwikkeling illustreren. Bijv. onderwijs, mode, techniek, vrije tijdsbeste­ding …
  • 3.4.5.106: Aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal, aspecten van het leven van mensen vroeger reconstrueren.
  • 3.4.5.108: Aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal verschillen en overeenkomsten aangeven tussen aspecten van het leven vroeger en nu.
  • 3.4.5.114: De leerlingen tonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
Meer inspiratie op het wereldwijde web