Het Oude Egypte

 

Met deze collectie werken we aan volgende eindtermen en leerplandoelstelligen:

 

EindtermenZILL leerplanOVSG leerplanGO! leerplan
De leerlingen
  • ETMM3.7: kennen de grote periodes uit de geschiedenis en ze kunnen duidelijke historische elementen in hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdband.
  • ETMM3.9: tonen belangstelling voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders.
  • OWti5.6.0: Ervaren, onderzoeken, vaststellen en uitdrukken hoe hun levenswijze gelijkenissen en verschillen vertoont met die van mensen uit vroegere periodes en andere plaatsen en culturen - fantaseren en uitdrukken hoe het leven er in de toekomst of op een andere plek uit kan zien
  • OWti3.12.0: Historische elementen uit hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdband 
  • OWti3.9.0: De indeling van de Europese geschiedenis kennen en daarbij de volgende perioden onderscheiden en juist ordenen: - prehistorie / oudheid (tot ca. 500 n.C) - middeleeuwen (van ca. 500 n.C tot ca. 1500) - nieuwe tijden (van ca. 1500 tot 'onze tijd') - onze tijd (de tijd waarin het voor leerlingen nog mogelijk is om levende getuigen te ontmoeten)
  • OWti3.2.0: Nieuwsgierig zijn naar archeologie
  • OWti3.10.0: Inzien dat deze indeling vooral geldt voor Europa door kennis te maken met elementen uit de wereldgeschiedenis die  parallel plaatsvonden elders in de wereld (Nabije Oosten, precolumbiaanse Amerika, Chinese keizerrijk ….) 
  • OWti7.12.0: •  Inzien dat het de moeite waard is om materieel erfgoed en immaterieel erfgoed te bewaren voor later omwille van gevoelswaarde, zeldzaamheidswaarde, symbolische waarde, functionele waarde, historische waarde … 
  • WO-TIJD-63: De leerlingen betonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • WO-TIJD-59a: De leerlingen kennen de grote periodes uit de geschiedenis: Prehistorie/Oudheid (tot ca. 500 n.C).
  • 34538: De leerlingen tonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • 34533: Een aantal geschiedkundige feiten, personages, gebeurtenissen, toestanden, ontwikkelingen … in de juiste periode situeren: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden, onze tijd (zie lijst inhouden, bijlage p. 97).