Beweging van de hemellichamen

 
Wetenschappen en techniek Natuur Levende en niet-levende natuur

Met deze collectie werken we aan volgende eindtermen en leerplandoelstelligen:

 

EindtermenZILL leerplanOVSG leerplanGO! leerplan
De leerlingen
  • ETWT1.13: kunnen tonen hoe de aarde om de eigen as draait, welk gevolg dit heeft voor het dag- en nachtritme in de eigen omgeving en hoe de aarde, de zon en de maan ten opzichte van elkaar bewegen;
  • OWna9: Onderzoeken en illustreren hoe de aarde om de eigen as draait en hoe de aarde, de zon en de maan ten opzichte van elkaar bewegen
  • OWna9.3.0: Onderzoeken en illustreren hoe de aarde om haar as beweegt en uitdrukken welke gevolgen dit heeft voor het dag- en nachtritme van de eigen omgeving - onderzoeken en illustreren hoe de aarde, de zon en de maan ten opzichte van elkaar bewegen
  • OWna9.1.0: Bewondering en verwondering ervaren en uitdrukken voor het onmetelijke van de kosmos
  • WO-NAT-05.01: De leerlingen weten dat er een maan, een zon en sterren zijn.
  • WO-NAT-05.02: De leerlingen tonen hoe de aarde om de eigen as draait en verklaren het ritme van dag- en nacht.
  • WO-NAT-05.03: De leerlingen weten dat de aarde in ongeveer één jaar om de zon draait.
  • WO-NAT-05.04: De leerlingen weten dat de maan in ongeveer één maand rond de aarde draait .
  • WO-NAT-05.05: De leerlingen tonen hoe de aarde, de zon en de maan ten opzichte van elkaar bewegen en verklaren zo het verschijnsel van de seizoenen.
  • WO-NAT-05.06: De leerlingen herkennen en verklaren in een visuele voorstelling de zons- en maansverduistering.
  • 32615: Zon, maan en sterren als dusdanig correct benoemen en verwoorden: dat de zon licht en warmte geeft, dat we sterren zien als lichtjes aan de hemel, dat we de maan niet altijd in dezelfde vorm zien en dat we zon en maan niet altijd op dezelfde plaats zien.
  • 32616: Verwoorden dat we de zon ’s morgens in het oosten zien, ’s middags in het zuiden, ’s avonds in het westen en nooit in het noorden.
  • 32617: Uitleggen en demonstreren aan de hand van concreet materiaal dat de aarde in 24 uur rond haar eigen as draait en hierdoor dag en nacht ontstaan.
  • 32618: Uitleggen en demonstreren aan de hand van concreet materiaal dat de aarde in 365 dagen rond de zon draait en hierdoor de duur van een jaar bepaald wordt en de seizoenen bij ons ontstaan.
  • 32619: Tonen hoe de aarde, de zon en de maan ten opzichte van elkaar bewegen.
  • 3.4.2.33: Chronologisch geordende dagen, weken, maanden en seizoenen associëren met het be­grip jaar (12 maanden, 52 weken, 4 seizoenen, 365,366 dagen).