Dinosaurus (1)

 

Met deze collectie werken we aan volgende eindtermen en leerplandoelstelligen:

 

EindtermenZILL leerplanOVSG leerplanGO! leerplan
De leerlingen
  • ETWT1.5: kunnen bij organismen kenmerken aangeven die illustreren dat ze aangepast zijn aan hun omgeving;
  • ETMM3.9: tonen belangstelling voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders.
  • ETMM3.8: kunnen aan de hand van een voorbeeld illustreren dat een actuele toestand, die voor kinderen herkenbaar is, en die door de geschiedenis beïnvloed werd, vroeger anders was en in de loop der tijden evolueert.
  • OWna5.5.0: Illustreren hoe bepaalde houdingen of handelingen van organismen wijzen op en aanpassing aan hun omgeving
  • OWti5.4.0: Onderzoeken van de voorgeschiedenis en evolutie van elementen uit de natuur en van hedendaagse gebeurtenissen, objecten en fenomenen zoals fossielen, vrije tijd, speelgoed, communicatie, samenlevingsvormen, werken, wonen, feesten … 
  • WO-TIJD-63: De leerlingen betonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • WO-TIJD-52d: De leerlingen kunnen illustreren dat een herkenbare actuele toestand door de geschiedenis beïnvloed werd en in de loop der tijden evolueerde over situaties i.v.m. de ruimere leef- en beleefwereld.
  • WO-NAT-02.07c: De leerlingen geven bij dieren kenmerken aan waaruit hun aangepastheid blijkt aan hun voeding.
  • WO-NAT-02.07b: De leerlingen geven bij dieren kenmerken aan waaruit hun aangepastheid blijkt aan bescherming tegen de vijand.
  • WO-NAT-02.07a: De leerlingen geven bij dieren kenmerken aan waaruit hun aangepastheid blijkt aan omgevingsinvloeden.
  • 34538: De leerlingen tonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • 34532: Aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal verschillen en overeenkomsten aangeven tussen aspecten van het leven vroeger en nu.
  • 34534: Eenvoudige relaties leggen tussen geschiedkundige feiten, gebeurtenissen, toestanden, ontwikkelingen … (zie lijst inhouden, bijlage p. 97).
  • 32403: Bij dieren kenmerken opsommen waardoor hun aangepastheid blijkt aan o.m. de voeding (bijv. gebit, scherpte van de tanden, grootte van het dier, snelheid …), het klimaat, de seizoenen (bijv. vacht, winterslaap, voedsel stockeren, vogeltrek …) en hun vijanden (bijv. snelheid, schutkleur, zintuigen …).