Belgische ruimtevaart

 
Mens en maatschappij Tijd Historische tijd

Met deze collectie werken we aan volgende eindtermen en leerplandoelstelligen:

 

EindtermenZILL leerplanOVSG leerplanGO! leerplan
De leerlingen
  • ETMM3.9: tonen belangstelling voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders.
  • ETMM3.7: kennen de grote periodes uit de geschiedenis en ze kunnen duidelijke historische elementen in hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdband.
  • OWna9.2.0: Nieuwsgierig zijn naar (de verwezenlijkingen van) de ruimtevaart
  • OWna9.1.0: Bewondering en verwondering ervaren en uitdrukken voor het onmetelijke van de kosmos
  • OWti3.12.0: Historische elementen uit hun omgeving en belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennis maken situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdband 
  • OWti5.4.0: Onderzoeken van de voorgeschiedenis en evolutie van elementen uit de natuur en van hedendaagse gebeurtenissen, objecten en fenomenen zoals fossielen, vrije tijd, speelgoed, communicatie, samenlevingsvormen, werken, wonen, feesten … 
  • WO-TIJD-58b: De leerlingen kunnen belangrijke historische figuren en gebeurtenissen waarmee ze kennismaken, situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdsband: land, ruimere leef- en beleefwereld.
  • WO-TIJD-57b: De leerlingen kunnen duidelijke historische elementen situeren in de juiste tijdsperiode aan de hand van een tijdsband: land, ruimere leef- en beleefwereld.
  • WO-TIJD-63: De leerlingen betonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • WO-TIJD-63: De leerlingen betonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • 3.4.5.103: Met behulp van de tijdband eenvoudige relaties leggen tussen feiten, personages, ge­beurtenissen, toestanden, uit eenzelfde eeuw of periode …die handelen over de eigen omgeving.
  • 3.4.5.109: Een aantal geschiedkundige feiten, personages, gebeurtenissen, toestanden, ontwikkelin­gen … in de juiste periode situeren: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden, onze tijd (zie lijst inhouden, bijlage p. 101).
  • 3.4.5.105: Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden …, uit de algemene geschiedenis (met nadruk op de geschiedenis van onze contreien binnen een Europese context) ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een historische tijdband met 5 historische periodes: prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden en onze tijd (zie lijst inhouden, bijlage p. 101).
  • 3.4.5.100: Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden … uit de omgeving ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een historische tijdband, die pas vanaf de 1e eeuw na Chr. is ingedeeld in eeuwen (de vijf historische periodes – prehistorie, oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijden en onze tijd – zijn ter illustratie aange­duid).
  • 3.4.5.95: Enkele historische feiten, personages, gebouwen, gebeurtenissen, toestanden …, uit de omgeving ordenen (chronologisch rangschikken en situeren) op een eeuwband (vier perio­des: ‘langer geleden’, ‘19e eeuw’, ‘20e eeuw’ en ‘21e eeuw’ - 20e eeuw en begin 21e eeuw per 10 jaar indelen).
  • 3.4.5.114: De leerlingen tonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.