Archeologie

 
Algemene vaardigheden tijd Historische tijd Tijd Mens en maatschappij

Met deze collectie werken we aan volgende eindtermen en leerplandoelstelligen:

 

EindtermenZILL leerplanOVSG leerplanGO! leerplan
De leerlingen
  • ETMM3.8: kunnen aan de hand van een voorbeeld illustreren dat een actuele toestand, die voor kinderen herkenbaar is, en die door de geschiedenis beïnvloed werd, vroeger anders was en in de loop der tijden evolueert.
  • ETMM3.9: tonen belangstelling voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders.
  • ETMM3.10: beseffen dat er een onderscheid is tussen een mening over een historisch feit en het feit zelf.
  • OWti6.1.0: Ervaren en vaststellen dat er vaak slechts een onvolledig beeld kan worden geschetst van hoe het leven vroeger was - ervaren en vaststellen dat verschillende bronnen dezelfde historische gebeurtenissen anders kunnen weergeven - zich ervan bewust worden dat er een onderscheid is tussen een mening over een historisch feit en het feit zelf 
  • OWti6: Zich ervan bewust worden dat er een verschil is tussen wat historisch is gebeurd en meningen over wat er is gebeurd
  • OWti5.6.0: Ervaren, onderzoeken, vaststellen en uitdrukken hoe hun levenswijze gelijkenissen en verschillen vertoont met die van mensen uit vroegere periodes en andere plaatsen en culturen - fantaseren en uitdrukken hoe het leven er in de toekomst of op een andere plek uit kan zien
  • OWti5.4.0: Onderzoeken van de voorgeschiedenis en evolutie van elementen uit de natuur en van hedendaagse gebeurtenissen, objecten en fenomenen zoals fossielen, vrije tijd, speelgoed, communicatie, samenlevingsvormen, werken, wonen, feesten … 
  • OWti5.5.0: Waarnemen, onderzoeken en illustreren hoe dagelijkse gebruiksvoorwerpen, technische systemen, kleding, gebouwen ... evolueren in de tijd  
  • OWti4: Vaststellen en uitdrukken hoe de geschiedenis doorwerkt in de samenleving van vandaag en morgen en hoe je als mens deel uitmaakt van de geschiedenis
  • OWti4.1.0: Actuele toestanden, gebeurtenissen en erfgoed uit de omgeving verbinden met het verleden 
  • OWti3.2.0: Nieuwsgierig zijn naar archeologie
  • OWti3.1.0: Belangstelling tonen voor het verleden, heden en de toekomst, hier en elders 
  • OWti7.3.0: Verwondering en waardering tonen voor erfgoed - voorzichtig en respectvol omgaan met erfgoed 
  • OWti7.4.0: •  Het verhaal dat bij het erfgoed hoort illustreren - in interactie gaan over erfgoed in de omgeving en daarbij woorden gebruiken zoals sporen uit het verleden, waarde van bewaren, heden, toekomst en respect in verband met erfgoed hanteren
  • OWti7.5.0: •  Inzien dat het de moeite waard is om erfgoed te bewaren voor later omwille van ouderdomswaarde, schoonheidswaarde en materiaalwaarde
  • OWti7.6.0: •  Aan de hand van erfgoed overeenkomsten en verschillen weergeven tussen heden en verleden 
  • OWti7.11.0: In interactie gaan over erfgoed in de eigen provincie, in België en in de wereld
  • OWti7.12.0: •  Inzien dat het de moeite waard is om materieel erfgoed en immaterieel erfgoed te bewaren voor later omwille van gevoelswaarde, zeldzaamheidswaarde, symbolische waarde, functionele waarde, historische waarde … 
  • WO-TIJD-63: De leerlingen betonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • WO-TIJD-60: De leerlingen kunnen van historische informatie uitmaken of dit een feit of een mening is.
  • WO-TIJD-52d: De leerlingen kunnen illustreren dat een herkenbare actuele toestand door de geschiedenis beïnvloed werd en in de loop der tijden evolueerde over situaties i.v.m. de ruimere leef- en beleefwereld.
  • WO-TIJD-52c: De leerlingen kunnen illustreren dat een herkenbare actuele toestand door de geschiedenis beïnvloed werd en in de loop der tijden evolueerde over situaties i.v.m. provincie, gewest, land.
  • WO-TIJD-52b: De leerlingen kunnen illustreren dat een herkenbare actuele toestand door de geschiedenis beïnvloed werd en in de loop der tijden evolueerde over situaties i.v.m. buurt, gemeente.
  • WO-TIJD-50: De leerlingen kunnen eenvoudige, aan hun niveau aangepaste bronnen raadplegen om meer te weten te komen over het leven van de mensen van vroeger.
  • WO-TIJD-51: De leerlingen kunnen aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal aspecten van het leven van mensen in een andere tijd reconstrueren en overeenkomsten en verschillen met het eigen leven aangeven.
  • WO-TIJD-49: De leerlingen kennen op hun niveau de kenmerken van bronnenmateriaal of kunnen deze achterhalen.
  • 34539: Beseffen dat er een onderscheid is tussen een mening over een historisch feit en het feit zelf
  • 34538: De leerlingen tonen belangstelling voor het verleden, heden en toekomst, hier en elders.
  • 34534: Eenvoudige relaties leggen tussen geschiedkundige feiten, gebeurtenissen, toestanden, ontwikkelingen … (zie lijst inhouden, bijlage p. 97).
  • 34530: Aan de hand van eenvoudig, aan hun niveau aangepast bronnenmateriaal, aspecten van het leven van mensen vroeger reconstrueren.
  • 34525: Enkele actuele toestanden en gebeurtenissen relateren aan het verleden.
  • 34522: Actuele toestanden over de eigen omgeving, die voor kinderen herkenbaar zijn, aan de hand van gepaste bronnen vergelijken met toestanden uit het verleden.
  • 34520: Eenvoudige informatie halen uit historische geschriften, prenten, schilderijen, foto’s, films … die handelen over de omgeving.
  • 34518: Eenvoudige geschiedkundige informatie halen uit historische sporen uit de omgeving (gebouwen, straatnamen, kerkhoven, voorwerpen …).
  • 34517: Elementen uit de omgeving als historisch herkennen.
  • 34516: Enkele actuele toestanden en gebeurtenissen uit de regio relateren aan het verleden (gebouwen, feestdagen, tradities …).